Hoever zijn jullie?

Vanuit de bouwsector worden er steeds meer initiatieven georganiseerd om als ‘bouwers van Nederland’ te excelleren in betrouwbaarheid, aanspreekbaarheid en inspiratie, de ambitie die we als bouwsector met de Marktvisie voor 2020 voor ogen hebben. Deze ambitie vraagt ons om te werken aan een lerende en samenwerkende sector, waarin kennisontsluiting en -deling wordt gestimuleerd, ‘echte’ dialogen worden gecreëerd en een beroep op een gezamenlijk eigenaarschap voor de Marktvisie wordt gerealiseerd.

Door: Guido Dekker, Bureau de Bont

Leren in het kader van de Marktvisie

Om tot deze lerende en samenwerkende sector te kunnen komen dient er een sterke impuls te worden gegeven aan de samenwerkingscultuur binnen de sector, waar nieuwe gedragskenmerken zoals openheid, transparantie, kwetsbaarheid en het creëren van verbinding de boventoon voeren. Ondanks dat er vanuit de Marktvisie al verscheidene initiatieven zijn ontstaan en we op de juiste weg zitten, heeft deze cultuur- en gedragsverandering tijd nodig.

In dit artikel zijn Bertine Korevaar (Dura Vermeer), Fred Kater (Rijksvastgoedbedrijf) en Martijn Scheijde (Bureau de Bont) aan het woord over de Marktvisie, de werkgroep Houding en Gedrag en hun ambities. In dit interview dragen zij de krachtige boodschap uit om samen op weg te gaan, elkaar te stimuleren en kennisrijke initiatieven te starten en delen.

Werkgroep Houding en Gedrag

Vanuit de kerngroep van de Marktvisie zijn er een aantal werkgroepen gestart, waaronder die van Houding en Gedrag. De werkgroep heeft een diverse samenstelling van initiatiefnemers: NLIngenieurs, Bouwend Nederland, Rijkswaterstaat, de Politie, Rijksvastgoedbedrijf, Techniek Nederland (voorheen Uneto VNI) en ASTRIN zijn vertegenwoordigd en samen houden zij zich bezig met de cultuur- en gedragsverandering van de sector. Kater: ‘We hebben vastgesteld welke bijdrage we als werkgroep willen leveren aan het realiseren van de ambities en leidende principes van de Marktvisie’. Korevaar voegt daar aan toe dat een aantal grote partijen intern al bezig zijn geweest met de marktverandering, maar dat er vanuit de Marktvisie een specifieke vraag is ontstaan om te kijken hoe alle andere partijen op een effectieve manier kunnen aansluiten bij deze initiatieven en hier een voorbeeld aan kunnen nemen.

De conclusie die de werkgroep heeft getrokken is dat er al verschillende interessante initiatieven op gang zijn gekomen, maar dat veel nog niet bekend is van elkaar. Scheijde: ‘Als wij met een klein groepje al heel veel initiatieven kennen, wat zal er dan nog meer te vinden zijn in de markt?’.

Wat wil de werkgroep hierin bereiken? ‘We willen elkaar stimuleren om initiatieven, kennis en informatie te ontsluiten en met elkaar te delen, en elkaar op die manier erbij te betrekken en uit te nodigen mee te doen’, stelt Kater. Scheijde merkt op dat de beschikbare kennis en initiatieven zo op een efficiënte manier de markt door kunnen gaan: ‘Als we de kennis en initiatieven aan elkaar bekend maken, dan hoeven we niet elke keer opnieuw hetzelfde wiel uit te vinden’. Korevaar onderstreept daarbij het belang van een brede dialoog, waarin meerdere ketenpartners aan tafel zitten: ‘Bij Dura Vermeer hebben we een aantal sessies georganiseerd waar iedereen een eigen partner of opdrachtgever mee moest nemen. Het resultaat was een stimulerend en leerzaam gesprek met andere, diverse gespreksonderwerpen’. Kater drukt deze gedachte verder uit aan de hand van het beeld van een voetbalteam: ‘Iedere positie op het veld vereist een andere taak en ontwikkeling en is dus anders, maar het streven om hiermee de wedstrijd te winnen is het gezamenlijke doel wat alle spelers aan elkaar verbindt.’

Uiteindelijk creëren we met de brede dialoog dus enerzijds een context waarin we van elkaar kunnen leren en samen kunnen werken aan de verbetering van de bouwsector, en anderzijds zorgt de brede dialoog voor een groter en impactvoller bereik; meer mensen kunnen aanhaken en daarmee de olievlek verder vergroten.

Te verwachten inspanningen

Kater licht toe dat de werkgroep de komende tijd aan de slag gaat met het maken van een inventarisatie van de initiatieven die er al zijn, zodat deze inzichtelijk zijn voor de sector en de mensen weten waar ze bij aan kunnen sluiten. Daarbij worden de nieuwsbrief en de website als actieve media ingezet om deze initiatieven en de daaruit voortvloeiende kennis te verspreiden over de sector. Scheijde geeft aan dat de werkgroep Houding en Gedrag daarin de sector wil faciliteren om inzichten naar de mensen en de projecten te krijgen. ‘Van gezamenlijk geladen ambities naar concrete inzichten, voornemens en initiatieven in de projecten van alledag’.

‘Spread the word!’

‘Meld initiatieven, deel kennis en neem deel aan de initiatieven!’; alle drie doen ze de nadrukkelijke oproep aan alle betrokkenen binnen de sector om aan te haken en zo de Marktvisie samen tot uiting te brengen. In lijn met wat Scheijde zegt over een concrete impact op projecten, beschrijft Korevaar dat het uitdragen van de Marktvisie al in het kleine kan plaatsvinden: ‘In de dagelijkse praktijk van de projecten kunnen we onszelf al een spiegel voorhouden en kijken waar we onszelf kunnen uitdagen, buiten kaders kunnen denken en andere partijen erbij kunnen betrekken. Kater vult aan dat als we de Marktvisie op deze manier concreet maken in de projecten, de beweging naar meer openheid, verbinding en efficiënte samenwerking alsmaar sterker zal zijn. Zo zitten we steeds meer op de juiste weg en werken we samen aan een betere bouwsector. Haak jij ook aan?