Om de waterkwaliteit in het Grevelingenmeer te verbeteren, moet er een doorlaat komen in de Brouwersdam. Die doorlaat kan worden gebruikt om energie op te wekken. Maar dan moet er wel een getijdencentrale worden ingebouwd. In de zoektocht naar de beste oplossing werkt Rijkswaterstaat nauw samen met publieke partners, marktpartijen en kennisinstituten. Innovatiemanager Andreas Heutink legt uit hoe belangrijk die samenwerking is.

De Brouwersdam sluit het Grevelingenmeer af van de Noordzee. Gevolg is dat de waterkwaliteit verslechtert. Met name in de diepere delen van het meer neemt het zuurstofgehalte af en dat is nadelig voor het aanwezige bodemleven. Om dit probleem op te lossen, wordt door middel van een doorlaat een beperkte getijslag teruggebracht. Parallel aan de planuitwerking van Rijkswaterstaat Zee en Delta ging een marktpartij aan de slag met het idee om energie op te wekken uit de beweging van het water die hierbij ontstaat – de getijstroom. Daarvoor zou de doorlaat uitgebreid moeten worden met een getijdencentrale.

Gelijk speelveld

In nauwe samenwerking met verschillende publieke partners, marktpartijen en kennisinstituten is dit idee in de verkenningsfase, nog voor de aanbesteding, doorgerekend. Zo is invulling gegeven aan de Marktvisie. ‘We hebben dit Joint Fact Finding genoemd’, vertelt innovatiemanager Andreas Heutink. ‘Om de verhoudingen tussen de 3 geselecteerde marktpartijen eerlijk te houden, werkten we met een geheimhoudingsverklaring over bedrijfsvertrouwelijke zaken. In de eindrapportage zijn bepaalde gegevens daarom niet gepubliceerd. Alle overige informatie is openbaar gemaakt en in een eindcongres gepresenteerd. Het is een publiek onderzoek en we zijn zo transparant mogelijk over de uitkomsten. Zo wisten we een gelijk speelveld te behouden.’

Kansrijk gebied

Het proces leverde veel nieuwe inzichten op, maar substantiële energiewinning voor ongeveer 25.000 huishoudens leek toch niet haalbaar. De bouwkosten liepen harder op dan de winst uit de energieopbrengsten. Op dat moment diende zich echter een 4emarktpartij aan met een nieuw idee. ‘We kwamen er al snel achter dat dit idee echt kans maakte en een positieve businesscase kon opleveren. Van de stuurgroep getijdencentrale kregen we opdracht om de case met deze partij verder uit te werken. Zo kwamen we tot een kansrijk gebied, waarbinnen een getijdencentrale met substantiële energiewinning wél mogelijk is.’

Prijs, inhoud én samenwerking

Energiewinning bleek dan wel potentieel haalbaar, maar de kosten voor een doorlaat waren nog niet gedekt. Daarom vroeg de overheid marktpartijen om in een zogeheten red flag analysismee te denken op welke punten nog kostenbesparende maatregelen mogelijk waren. Het resultaat: een besparingspotentieel van 20%. Inmiddels is er door het nieuwe regeerakkoord wel extra geld vrijgekomen voor de kosten van een doorlaat en de mitigerende maatregelen. Maar voor de overheid mag het project daarmee niet duurder worden dan een doorlaat zonder centrale: € 140 miljoen. Inclusief centrale komen de kosten echter al snel uit op € 250 miljoen. Geïnteresseerde marktpartijen moeten dan zelf voor de financiering van de centrale zorgen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen in een planstudie-alliantie. Daarom zijn bij de aanbesteding niet alleen prijs en inhoud belangrijk, maar ook samenwerking. Heutink: ‘Samenwerkingsaspecten moet je realistisch kunnen beoordelen. Daarvoor zijn meerdere sessies nodig, omdat mensen onder projectdruk bijvoorbeeld anders reageren. Bij goede samenwerking is het natuurlijk belangrijk dat het voldoende resultaat oplevert. Uiteindelijk moet je toch een deal met elkaar kunnen maken.’

Dynamisch modelleren werkt

Het belang van goede samenwerking bleek eerder ook al tijdens het proces van Joint Fact Finding. Om de verschillende varianten door te rekenen, werkten de betrokken partijen met verschillende specialistische modellen. Bijvoorbeeld voor de waterkwaliteit, de kosten en baten van de businesscase, de ontwerpinformatie van BIM en de energieopbrengsten. Deze modellen zijn nu in een proof of conceptsamengevoegd en geparametriseerd. Dit wordt dynamisch modelleren genoemd. Heutink: ‘Inputparameters in het ene model genereren outputparameters die weer input zijn voor een ander model. Door in de logisch gekoppelde modellen parameters te veranderen, worden effecten van wijzigingen direct zichtbaar. Het mooie is dat het ook echt werkt: het EU-project Pro-Tide kwam met een nieuw alternatief voor de getijdencentrale.  De bijbehorende businesscase kon met dit model meteen verder worden aangescherpt.’

Concrete acties

‘Bij dynamisch modelleren lijkt de focus op informatie te liggen’, vertelt Heutink. ‘Maar daarvoor kun je niet zonder experts. Om al die informatie samen te voegen tot een logisch en consistent geheel, is het zaak dat mensen met elkaar om tafel gaan. Daarom hebben we ook gekeken naar de waarden van de mensen in het team in relatie tot het doel dat we voor ogen hadden. Dit waardenonderzoek maakt inzichtelijk wat de huidige waarden in het team zijn en waar de leden verandering zouden willen vanwege het gestelde doel. Zo kan een team zichzelf naar een hoger niveau tillen, een niveau dat past bij hun taak. Teamleden wilden bijvoorbeeld dat er meer informatie werd gedeeld. Door dit samen praktisch in te vullen, konden er concrete acties volgen. Zo bouwden we een sterk presterend team met een gezamenlijk doel, waarin iedereen prettig functioneert.’ In 2018 werkt Rijkswaterstaat hard aan het vervolg. ‘Het ligt voor de hand om – voor we de planstudiefase ingaan – met een marktconsultatie na te gaan of de markt nog belangstelling heeft voor de variant met een getijdencentrale. Hoe dat ook uitpakt, het project is interessant genoeg om te blijven volgen.’